Politieke betrokkenheid en Samenleving

Deel deze pagina

Opkomstpercentage

De opkomst bij verkiezingen in de gemeente Haarlemmermeer verschilt per type verkiezingen. Ten eerste dient er onderscheid te worden gemaakt in verkiezingen die kiezers als het belangrijkst en als secundair beschouwen. In Nederland zijn dit de Tweede Kamerverkiezingen. Dit soort verkiezingen kenmerken zich door een hoge opkomst. In Haarlemmermeer ligt de opkomst tussen 75% en 85%. De gemeenteraads-, proviciale staten- en europeese verkiezingen geldt dat veel minder kiezers hun stem uitbrengen. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen sinds 1958 afgenomen. Tussen 1990 en 2000 schommelde het opkomstpercentage tussen de 55% en 65%. In de jaren vanaf de eeuwwisseling stabiliseerde het opkomstprecentage zich rond 50%. Bij de provinciale statenverkiezingen komst tussen de 40% en 50% van het electoraat stemmen. Voor de jongste verkiezingen, die worden gehouden voor het Europees parlement ligt de opkomst in Haarlemmermeer het laagst. In 1999 kwam het opkomstpercentage tot 26%. Bij de laatste Europeese verkiezingen bracht 35% van alle stemgerechtigden hun stem uit.

Verschil opkomstpercentage Haarlemmermeer en Nederland

Het verschil tussen de 'primaire' en secundaire verkiezingen is in Haarlemmermeer extra groot. Dit komt omdat de opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen in Haarlemmermeer hoger is dan het landelijke gemiddelde terwijl de opkomst bij secundaire verkiezingen vrijwel altijd onder het landelijke opkomstpercentage blijft. Het verschil bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 is opvallend. In Haarlemmermeer was toen de opkomst 8,6% lager.

Verschillen tussen wijken en kernen

Binnen de verschillende wijken bestaan grote verschillen in opkomstpercentage. De verschillen structureel van het landelijke, en gemeentelijke gemiddelde (. Enkele elementen vallen hierbij op. Ten eerste is in sommige wijktypen, zoals onderscheiden in de 'Kijk op de Wijk 3', het opkomstpercentage relatief hoog. In de historische kernen van Haarlemmermeer is gaan kiezers relatief veel stemmen, terwijl in de jongste uitbreidingswijken de opkomst structureel lager is. Daarnaast is de opkomst in de wijk Graan voor Visch structureel lager dan het gemeentelijke-, en het landelijke opkomstpercentage. Wanneer onderscheid gemaakt wordt tussen primaire en secundaire verkiezingen nuanceert het hiervoor geschetste beeld. Ten opzichte van de landelijke gemiddelde bij primaire verkiezingen  is de opkomst in postmoderne wijken in Haarlemmermeer vergelijkbaar(. Bij secundaire verkiezingen wordt vooral in de postmoderne- en grote moderne wijken minder vaak door kiezers de gang naar de stembus gemaakt.

Bij gemeenteraadsverkiezingen hebben, ten opzichte van het landelijke opkomstpercentage, stemmen in Haarlemmermeer minder kiesgerechtigden. Ook in de historische kernen, die zich kenmerken door een hoog opkomstpercentage, is bij de gemeenteraadsverkiezingen de opkomst relatief laag.

Samenleving: hulp en ondersteuning uit het sociale netwerk

Sociaal netwerk als bron voor hulp
Het hebben van een (draagkrachtig) sociaal netwerk is een bepalende factor bij het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. De sociale steun die inwoners vanuit hun omgeving ontvangen van familie, vrienden en kennissen, kan bevorderend zijn voor de gezondheid en verkleint het risico op eenzaamheid. Een sociaal netwerk is bovendien een potentiële bron van informele hulp. De ‘eigen kracht’ van inwoners is afhankelijk van de kwaliteit van hun sociale netwerken. Die kwaliteit hangt af van twee kenmerken: aard en reikwijdte (Kijk op de Wijk 4; 2014). De aard heeft betrekking op het type sociale banden waaruit het netwerk is opgebouwd. Bestaat het netwerk alleen uit familieleden, of ook uit vrienden en buren? Hoe meer lagen in het netwerk, des te groter de potentie aan zorg en ondersteuning. Ook reikwijdte van het netwerk, de afstand van de persoon tot zijn relatie, blijkt van belang. Wanneer dat netwerk zich ver weg bevindt, is het moeilijker om hulp te krijgen.

Stevigheid vangnetten
Ruim de helft (57%) van de inwoners beschikt in onze gemeente over een stevig vangnet. Deze inwoners hebben een netwerk dat bestaat uit meerdere lagen en (gedeeltelijk of geheel) dichtbij gesitueerd is, waardoor zij voor ondersteuning bij hun naasten terecht kunnen. Een kwart van de inwoners heeft een redelijk stevig netwerk; hun vangnet bestaat uit minder lagen of afstand tot die naaste speelt een belemmerende rol. Bij een langdurige behoefte aan ondersteuning kan de zorglast op de schouders van enkele naasten komen te liggen. Het risico van overbelasting van de mantelzorgers is bij deze groep groot. Het percentage inwoners met een zwak vangnet steeg licht van 14% in 2012 naar 17% in 2016. Deze meest kwetsbare inwoners beschikken in het geheel niet over hechte relaties of slechts een enkele, en dan ook nog op afstand. Bij tegenslag kunnen zij niet of nauwelijks rekenen op steun uit hun netwerk. Ondersteuning zal uitsluitend van hun partner moeten komen, als zij die hebben. Een kwart van deze groep is alleenstaand en kan zelfs niet op een partner steunen.

Kwetsbare inwoners hebben vaker zwak vangnet
Kwetsbaren en minder zelfredzame personen hebben vaker een zwak vangnet. Dit bleek al uit gemeentelijk én landelijk onderzoek (SCP, 2016). Omstandigheden die de kans op kwetsbaarheid vergroten, zoals een hogere leeftijd en een slechte gezondheid, komen vaker voor bij mensen met een zwak vangnet. Het netwerk van degenen die deze het hardst nodig hebben, blijkt juist het zwakst (Kijk op de Wijk 4, 2014). Inwoners met een slechte gezondheid lopen ruim twee keer zoveel risico op een zwak vangnet, vergeleken met gezonde inwoners.
 

Mantelzorg

Mantelzorg is de zorg die mensen – langdurig en onbetaald – geven aan een naaste die voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. In de meeste gevallen gaat het om hulp aan een familielid, zoals een partner, kind of ouder. Maar soms verzorgt men ook een goede vriend, kennis of bevriende buur. Mantelzorgers verrichten zeer uiteenlopende taken. De zorg kan bestaan uit het doen van het huishouden, regelen van afspraken, mee gaan op doktersbezoek, emotionele ondersteuning, tot persoonlijke verzorging of verpleging aan toe.In Haarlemmermeer geeft naar schatting 13% van de volwassenen mantelzorg, vrijwel even veel als het landelijke percentage (GGD Gezondheidsmonitor, 2016). Dit komt neer op ruim 14.500 Haarlemmermeerders die zich dag in dag uit inzetten voor de ondersteuning van een naaste. Onder mantelzorgers voelt naar eigen zeggen 1 op de 7 zich zwaar of zelfs overbelast met de zorg.
 

Type ondersteuning

Ondersteuning door mantelzorgers

Belasting mantelzorgers

Vrijwilligerswerk

Ruim een kwart van de Haarlemmermeerders doet vrijwilligerswerk, iets minder dan in 2012 (30%). De verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke vrijwilligers is niet gelijk; 6 op de 10 vrijwilligers is een vrouw. Hoewel 60% van alle vrijwilligers tussen 35 en 65 jaar is, is het aandeel vrijwilligers onder 65-plussers het hoogst (37%). Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zetten velen hun werkzame leven voort als vrijwilliger. Vanaf het 80ste levensjaar daalt de deelname aan vrijwilligerswerk tot onder het Haarlemmermeerse gemiddelde.

 

Leeftijdsverdeling vrijwilligers